Ga naar de inhoud
Gezang 9

Morgenzang

Vers 1

Wij danken U, barmhartig God,
Beschikker van ons deel en lot,
Voor Uwe hoed' en trouwe wacht,
Ons weer betoond in dezen nacht.

Vers 2

Verleen ons, na genoten rust,
Opnieuw gezondheid, kracht en lust,
Daar 't lichaam, door den slaap verkwikt,
Zich weder tot den arbeid schikt.

Vers 3

Dat wij ons ambt en plicht, o Heer’,
Getrouw verrichten tot Uw eer.
Dat Uwe gunst ons werk bekroon',
Uw Geest ons leid' en in ons woon'!

Vers 4

Zie op ons neder in gena,
Opdat ons werk voorspoedig ga,
En scheld ons alle misdaan kwijt,
O Heer’, die vol ontferming zijt.

Vers 5

Verlicht ons hart, dat duister is,
Wil ons, naar Uw getuigenis,
Doen vlieden alle kwade paan,
En ijv'rig in Uw wegen gaan.

Vers 6

Schenk Uwen zegen bij Uw Woord;
Het rijk des satans word' verstoord;
Sterk leraars, sterk onz' overheid,
In 't werk, door U hun opgeleid.

Vers 7

Troost allen, die in nood en smart,
Tot U verheffen 't angstig hart.
Maak ons in tegenspoeden stil,
Hoor ons, o God, om Jezus' wil.