Ga naar de inhoud

Psalmen

Kies een nummer of gebruik het veld om direct naar een psalm te gaan.

  1. 01Psalm 1Welzalig hij, die in der bozen raad
  2. 02Psalm 2Wat drift beheerst het woedend heidendom
  3. 03Psalm 3Hoe vrees’lijk groeit, o God
  4. 04Psalm 4Wil mij, wanneer ik roep, verhoren
  5. 05Psalm 5Neem, HEER’, mijn bange klacht ter oren
  6. 06Psalm 6O HEER’, Gij zijt weldadig
  7. 07Psalm 7O HEER’, mijn God, volzalig Wezen
  8. 08Psalm 8HEER’, onze Heer, grootmachtig Opperwezen
  9. 09Psalm 9Ik zal met al mijn hart den HEER’
  10. 10Psalm 10Waarom, o HEER’, blijft Gij van verre staan?
  11. 11Psalm 11Op God alleen betrouw ik in mijn noden
  12. 12Psalm 12Behoud, o HEER’, wil ons te hulpe komen
  13. 13Psalm 13Hoe lang, o HEER’, mijn toeverlaat
  14. 14Psalm 14De trotse dwaas zegt in zijn boos gemoed
  15. 15Psalm 15Wie zal verkeren, grote God
  16. 16Psalm 16Bewaar mij toch, o alvermogend God
  17. 17Psalm 17’t Behaag’ U, HEER’, naar mijn gebed
  18. 18Psalm 18Nu zal mijn ziel, nu zullen al mijn zinnen
  19. 19Psalm 19Het ruime hemelrond
  20. 20Psalm 20Dat op uw klacht de hemel scheure
  21. 21Psalm 21O HEER’, de Koning is verheugd
  22. 22Psalm 22Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij
  23. 23Psalm 23De God des heils wil mij ten Herder wezen
  24. 24Psalm 24Al d’aard’ en alles wat zij geeft
  25. 25Psalm 25’k Hef mijn ziel, o God der goden
  26. 26Psalm 26O HEER’, doe Gij mij recht
  27. 27Psalm 27God is mijn licht, mijn heil, wien zou ik vrezen?
  28. 28Psalm 28Ik roep tot U, o eeuwig Wezen!
  29. 29Psalm 29Aardse machten, looft den HEER’!
  30. 30Psalm 30Ik zal met hart en mond, o HEER’
  31. 31Psalm 31Op U betrouw ik, HEER’ der heren
  32. 32Psalm 32Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven
  33. 33Psalm 33Zingt vrolijk, heft de stem naar boven
  34. 34Psalm 34Ik loof den HEER’, mijn God
  35. 35Psalm 35Twist met mijn twisters, hemelheer
  36. 36Psalm 36Het trots gedrag des bozen doet
  37. 37Psalm 37Wees over ’t heil der bozen niet ontstoken
  38. 38Psalm 38Groot en eeuwig Opperwezen
  39. 39Psalm 39Ik zei: „Nu zal ik letten op mijn paân
  40. 40Psalm 40’k Heb lang den HEER’ in mijnen druk verwacht
  41. 41Psalm 41Welzalig hij, die zich verstandig draagt
  42. 42Psalm 42’t Hijgend hert, der jacht ontkomen
  43. 43Psalm 43Geduchte God, hoor mijn gebeden
  44. 44Psalm 44O God, wij mochten met onz’ oren
  45. 45Psalm 45Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen
  46. 46Psalm 46God is een toevlucht voor de Zijnen
  47. 47Psalm 47Juicht, o volken, juicht
  48. 48Psalm 48De HEER’ is groot; elk zing’ Zijn lof
  49. 49Psalm 49Gij, volken, hoort; waar g’in de wereld woont
  50. 50Psalm 50Der goden God verheft Zijn stem met macht
  51. 51Psalm 51Genâ, o God, genâ, hoor mijn gebed
  52. 52Psalm 52Waartoe u dus beroemd in ’t kwade
  53. 53Psalm 53De trotse dwaas zegt in zijn boos gemoed
  54. 54Psalm 54O God, verlos mij uit den nood
  55. 55Psalm 55O God, neem mijn gebed ter oren
  56. 56Psalm 56Genâ, o God, bescherm mij door Uw hand
  57. 57Psalm 57Genâ, o God, genâ, hoor mijn gebeên
  58. 58Psalm 58O, gij vergadering, gezeten
  59. 59Psalm 59Red mij, o God, uit ’s vijands handen
  60. 60Psalm 60O God, hoe hebben wij getreurd
  61. 61Psalm 61Wil, o God, mijn bede horen
  62. 62Psalm 62Mijn ziel is immers stil tot God
  63. 63Psalm 63O God, Gij zijt mijn toeverlaat
  64. 64Psalm 64’t Behaag’ U, mij gehoor te geven
  65. 65Psalm 65De lofzang klimt uit Sions zalen
  66. 66Psalm 66Juich, aarde, juich met blijde galmen
  67. 67Psalm 67D’algoede God zij ons genadig
  68. 68Psalm 68De HEER’ zal opstaan tot den strijd
  69. 69Psalm 69O God, verlos en red mij uit den nood
  70. 70Psalm 70Daal haastig ter verlossing neer
  71. 71Psalm 71’k Betrouw op U, hoor mijn gebeden
  72. 72Psalm 72Geef, HEER’, den Koning Uwe rechten
  73. 73Psalm 73Ja waarlijk, God is Isrel goed
  74. 74Psalm 74Waarom, o God, zijn wij in eeuwigheid
  75. 75Psalm 75U alleen, U loven wij
  76. 76Psalm 76God is bekend bij Judas stam
  77. 77Psalm 77Mijn geroep, uit angst en vrezen
  78. 78Psalm 78Neem, o mijn volk, neem mijne leer ter oren
  79. 79Psalm 79Getrouwe God, de heid’nen zijn gekomen
  80. 80Psalm 80Neem Isrels Herder, neem ter oren
  81. 81Psalm 81Zingt nu blij te moê
  82. 82Psalm 82In d’achtb’re Godsvergaderingen
  83. 83Psalm 83Zwijg niet, o God, houd U niet doof
  84. 84Psalm 84Hoe lieflijk, hoe vol heilgenot
  85. 85Psalm 85Gij hebt Uw land, o HEER’, die gunst betoond
  86. 86Psalm 86Neig, o HEER’, Uw gunstig’ oren
  87. 87Psalm 87Zijn grondslag, zijn onwrikb’re vastigheden
  88. 88Psalm 88O God mijns heils, mijn toeverlaat
  89. 89Psalm 89’k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên
  90. 90Psalm 90Gij zijt, o HEER’, van d’allervroegste jaren
  91. 91Psalm 91Hij, die op Gods bescherming wacht
  92. 92Psalm 92Laat ons den rustdag wijden
  93. 93Psalm 93De HEER’ regeert; de hoogste Majesteit
  94. 94Psalm 94Verschijn nu blinkend, God der wrake
  95. 95Psalm 95Komt, laat ons samen Isrels HEER’
  96. 96Psalm 96Zingt, zingt een nieuw gezang den HEERE
  97. 97Psalm 97God heerst als Opperheer
  98. 98Psalm 98Zingt, zingt een nieuw gezang den HEERE
  99. 99Psalm 99God, de HEER’, regeert
  100. 100Psalm 100Juich aarde, juich alom den HEER’
  101. 101Psalm 101’k Zal van de deugd der milde goedheid zingen
  102. 102Psalm 102Hoor, o HEER’, verhoor mijn smeken
  103. 103Psalm 103Loof, loof den HEER’, mijn ziel, met alle krachten
  104. 104Psalm 104Waak op, mijn ziel, loof d’Oppermajesteit!
  105. 105Psalm 105Looft, looft, verheugd den HEER’ der Heren
  106. 106Psalm 106Looft God, den trouwen Opperheer!
  107. 107Psalm 107Looft, looft den HEER’ gestadig
  108. 108Psalm 108Mijn hart, o Hemelmajesteit
  109. 109Psalm 109O God, zo waardig mijn gezangen
  110. 110Psalm 110Dus heeft de HEER’ tot mijnen Heer’ gesproken
  111. 111Psalm 111Looft, Hallelujah, looft den HEER’
  112. 112Psalm 112Zingt, zingt den lof van ’t Opperwezen
  113. 113Psalm 113Gij ’s HEEREN knechten, looft den HEER’
  114. 114Psalm 114Toen Israël ’t Egyptisch rijksgebied
  115. 115Psalm 115Niet ons, o HEER’, niet ons, Uw Naam alleen
  116. 116Psalm 116God heb ik lief, want die getrouwe HEER’
  117. 117Psalm 117Loof, loof den HEER’, gij heidendom!
  118. 118Psalm 118Laat ieder ’s HEEREN goedheid loven
  119. 119Psalm 119Welzalig zijn d’oprechten van gemoed
  120. 120Psalm 120’k Riep tot den Oorsprong aller dingen
  121. 121Psalm 121’k Sla d’ogen naar ’t gebergte heen
  122. 122Psalm 122Ik ben verblijd, wanneer men mij
  123. 123Psalm 123Ik hef tot U, die in den hemel zit
  124. 124Psalm 124Dat Israël nu zegge, blij van geest
  125. 125Psalm 125Hij zal noch wanklen, noch bezwijken
  126. 126Psalm 126Wanneer de HEER’, uit ’s vijands macht
  127. 127Psalm 127Vergeefs op bouwen toegelegd
  128. 128Psalm 128U mag men zalig heten
  129. 129Psalm 129Men heeft mij fel benauwd van jongs af aan
  130. 130Psalm 130Uit diepten van ellenden
  131. 131Psalm 131Mijn hart verheft zich niet, o HEER’
  132. 132Psalm 132Gedenk aan David, aan zijn leed
  133. 133Psalm 133Ai, ziet, hoe goed, hoe lieflijk is ’t, dat zonen
  134. 134Psalm 134Looft, looft nu aller heren HEER’
  135. 135Psalm 135Prijst den Naam van uwen God
  136. 136Psalm 136Looft den HEER’, want Hij is goed
  137. 137Psalm 137Wij zaten neer, wij weenden langs de zomen
  138. 138Psalm 138’k Zal met mijn ganse hart Uw eer
  139. 139Psalm 139Niets is, o Oppermajesteit
  140. 140Psalm 140O HEER’, verlos mij uit de banden
  141. 141Psalm 141’k Roep, HEER’, in angst tot U gevloden
  142. 142Psalm 142’k Riep tot den HEER’ met luider stem
  143. 143Psalm 143O HEER, wil mijn gebeden horen
  144. 144Psalm 144Gezegend zij de HEER’, die t’allen tijde
  145. 145Psalm 145O God, mijn God, Gij aller vorsten HEER’
  146. 146Psalm 146Prijs den HEER’ met blijde galmen
  147. 147Psalm 147Laat ’s HEEREN lof ten hemel rijzen
  148. 148Psalm 148Looft God, zingt eeuwig ’s HEEREN lof
  149. 149Psalm 149Looft, looft den HEER’, dien onbedwongen
  150. 150Psalm 150Looft God, looft zijn Naam alom